DOE-budgetten: extra budget voor leefbare kernen

Toen mijn motie voor de Doe-budgetten werd aangenomen, bij de begrotingsbehandeling van 2014, was ik heel blij. Vier jaar lang heb ik in de commissie Cultuur en Samenleving aandacht gevraagd voor de leefbaarheid van de Kleine Kernen. Zelf woon ik in zo’n kleine kern en ik zie daar hoe actief mensen zijn om hun dorp leefbaar te houden.

De integrale dorpsontwikkelingsplannenaanpak (IDOP) die in de vorige bestuursperiode werd bedacht, heeft flink geholpen om mooie ontwikkelingen mogelijk te maken. In dorpen werd bijvoorbeeld een multifunctioneel centrum gemaakt in de kerk of een ander centraal gebouw. Een plek waar een huisarts kan neerstrijken, waar gemeenschappelijke maaltijden worden georganiseerd, waar een kleine bibliotheek kan blijven, een ruimte voor yoga- of kaartclub – en ga zo maar door. In de kleine kernen wonen vaak veel oudere mensen die heel blij zijn met zo’n plek. Maar het mooiste is het natuurlijk als ook jongeren er gebruik van maken en er voor alle leeftijden wat te vinden is. Zo verloopt ontmoeting tussen mensen heel gemakkelijk.

Gaandeweg ontdekte ik, door contacten met dorpsraden en bewoners van kleine kernen, twee belangrijke dingen. In West-Brabant was het aantal IDOP’s ondervertegenwoordigd. Veel mensen gaven aan dat ze allerlei ideeën hadden voor kleinere initiatieven ter verbetering van hun leefomgeving, maar het geld daarvoor ontbrak. Na flink doorvragen in de commissie en na eigen onderzoek, bleek dat gemeenten in West-Brabant inderdaad veel later met de IDOP-regeling aan de slag waren gegaan. Of ze waren te laat waren geweest met hun aanvraag, of de pot was al leeg. De provincie had destijds nog € 5 miljoen extra uitgetrokken, speciaal voor dorpsplannen uit West-Brabant. Heel jammer dat sommige dorpen toch niet van de regeling gebruik konden maken.

Om daar wat aan te doen heb ik bij motie voorgesteld in 2012 om het budget dat over zou blijven (soms vielen de plannen goedkoper uit) hiervoor in te zetten. Helaas haalde dit voorstel het niet, omdat men vond dat de IDOP-regeling binnen de gestelde termijn afgerond moest zijn. Bovendien was inmiddels Leefbaarheid Brabant van start gegaan (L@B), waar nu het geld naar toe ging. Bij deze regeling heb ik grote twijfels, omdat de kans groot is dat de onderwerpen en het initiatief te ver van de burgers af komen te staan en worden overgenomen door instanties.

Bij de Vereniging Kleine Kernen was er ook het idee om mensen met kleine budgetten aan de slag te laten gaan. Ook bij het CDA was dit idee gerezen. In het Land van Heusden en Altena had ik gezien hoe men met leuke initiatieven mensen bij elkaar kon brengen en tegelijkertijd de omgeving kon verbeteren, zodat mensen nog trotser op hun dorp konden zijn. En inderdaad bleek er zo’n € 700.000 over te blijven van de IDOP-regeling. De tijd was rijp om bij de begroting van 2014 een motie in te dienen om een eenvoudige regeling te maken, waardoor mensen in kleine kernen met elkaar voor hun initiatieven een deelbijdrage bij de provincie kunnen vragen. Samen iets doen, samen aan de slag met de DOE-budgetten. De motie werd bijna door alle partijen gesteund.

Inmiddels is de regeling van start gegaan en wordt er reclame voor gemaakt in lokale kranten en via de provincie. Op twee punten is mijn idee aangepast bij de uitwerking. De regeling gaat twee jaar lopen (en geen vier) en ook georganiseerde bewoners van wijken van steden kunnen een aanvraag indienen. Dat laatste was niet de opzet. Ik heb het echt bedoeld voor de leefbaarheid in kleine kernen. In steden zijn vaak veel meer regelingen waar bewoners gebruik van kunnen maken, en het budget is zo beperkt dat het geld zo op is. Maar nu de regeling zo breed wordt uitgezet ben ik wel gesterkt in het idee dat het een fantastisch plan was. Ik ben heel benieuwd naar al die mooie plannen van mensen en ga het de komende jaren goed volgen.

0 antwoorden

Laat een reactie achter

Wilt u zich mengen in de discussie?
Voel u niet bezwaard om bij te dragen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *