Brabant schaliegasvrij!

In het kader van de aanstaande Statenverkiezingen bracht landelijk GroenLinks-voorman Bram van Ojik vorige week vrijdag en zaterdag een bezoek aan Brabant. We trapten af in Bergen op Zoom, waar we – staand op de beroemde ‘Peperbus’ – een blik wierpen op de kerncentrale in Doel, net over de grens in België. In die reactor werden onlangs nieuwe haarscheurtjes ontdekt, nadat de reactor in 2014 ook al werd stilgelegd vanwege hetzelfde mankement. Het Belgische Federale Agentschap voor Nucleaire Controle kwam – naar aanleiding van de situatie in Doel – met het advies om alle 430 kerncentrales ter wereld te onderzoeken op haarscheurtjes. Inmiddels hebben we Gedeputeerde Staten opgeroepen om bij minister Kamp aan te dringen op een 100%-controle van het reactorvat van de kerncentrale in Borssele. Ook hebben we gevraagd wat de provincie kan en moet doen om het mogelijke nucleaire gevaar voor Brabant van de centrales in Borssele en Doel te beperken.

Duurzame energie en energiebesparing zijn veel betere antwoorden op het energievraagstuk en het klimaatvraagstuk dan uitbreiding van het aantal kerncentrales. Wat dat aangaat is ons standpunt op het gebied van kernenergie al jaren glashelder. Hetzelfde gaat op voor ons standpunt over het boren naar schaliegas: daar is GroenLinks faliekant tegenstander van. Het boren naar dit gas brengt de hele bodem in verwarring; door de chemicaliën die worden ingespoten wordt het grondwater vervuild en het leven onder de grond bedreigd. En het is natuurlijk absoluut niet van deze tijd om nog te boren naar gas. Er zijn inmiddels zoveel manieren om aan hernieuwbare energie te komen… Gelukkig raken steeds meer mensen daarvan overtuigd.

Maar wat gebeurde er nu in de Brabantse politiek op dit punt? In een extra Statenvergadering, die op verzoek van GroenLinks werd gehouden,  werd op vrijdag 27 september 2013 een motie aangenomen waarin Brabant schaliegasvrij werd verklaard en een oproep werd gedaan om meer te investeren in duurzame energie.  Bijna alle partijen waren het hierover eens. Gaat er een nieuwe wind waaien in de Brabantse politiek rondom duurzame energie? Het lijkt erop dat het debat over schaliegas de noodzaak om snel om te schakelen naar groene energie een enorme impuls geeft.

Inmiddels is het februari 2015. GS heeft advies gevraagd hoe we bestuurlijk de best mogelijke maatregelen kunnen treffen om te verhinderen dat er naar schaliegas wordt geboord. De dreiging is immers nog steeds niet verdwenen. De Britse boormaatschappij Cuadrilla heeft een vergunning, en minister Kamp van de VVD zegt nog steeds plannen te hebben (ook al wil hij eerst het onderzoek afwachten). En waarschijnlijk heeft hij even genoeg aan zijn hoofd met de gevolgen van de aardgaswinning in Groningen (ook al zo’n fijn dossier!). Inmiddels is er in Brabant sprake van de zesde wijziging van de provinciale milieuverordening. Daarin wordt voorgesteld om in alle gebieden van Brabant waar grondwater (letterlijk: boven, in en onder de grondwaterlichamen) zit te verbieden om naar schaliegas te boren. Daarmee geldt het verbod voor bijna heel Brabant. In een klein deel van West-Brabant, in de ondiepe zandlagen van de Schelde, zit zout grondwater. Door deze verordening zo aan te passen heeft de provincie in ieder geval een instrument in handen om het boren naar schaliegas in de gehele provincie te verbieden.

Vorige week stelde onze fractie Statenvragen over de veiligheid van de kerncentrales. De VVD en PVV zijn er groot voorstander van om de centrale die straks is afgeschreven  nog langer open te houden. Ook al wijst alles erop dat dat onveilig is. Hoe sneller die centrale dicht gaat, hoe beter.  Met alle problemen rondom de gaswinning in Groningen, de onveiligheid van de kerncentrales en de olieafhankelijkheid van Poetin, is het toch wel gigantisch duidelijk dat Nederland nu eindelijk heel snel werk moet maken van het omschakelen naar hernieuwbare energie. We lopen ver achter bij veel andere Europese landen. Onbegrijpelijk.

Onze GroenLinks fractie zal zich 100% blijven inzetten om Brabant schaliegasvrij te houden en om de gevaren op het gebied van kernenergie in te dammen. En natuurlijk om veel meer geld vrij te maken voor investeringen in hernieuwbare energie. Op naar een duurzaam Brabant!

DOE-budgetten: extra budget voor leefbare kernen

Toen mijn motie voor de Doe-budgetten werd aangenomen, bij de begrotingsbehandeling van 2014, was ik heel blij. Vier jaar lang heb ik in de commissie Cultuur en Samenleving aandacht gevraagd voor de leefbaarheid van de Kleine Kernen. Zelf woon ik in zo’n kleine kern en ik zie daar hoe actief mensen zijn om hun dorp leefbaar te houden.

De integrale dorpsontwikkelingsplannenaanpak (IDOP) die in de vorige bestuursperiode werd bedacht, heeft flink geholpen om mooie ontwikkelingen mogelijk te maken. In dorpen werd bijvoorbeeld een multifunctioneel centrum gemaakt in de kerk of een ander centraal gebouw. Een plek waar een huisarts kan neerstrijken, waar gemeenschappelijke maaltijden worden georganiseerd, waar een kleine bibliotheek kan blijven, een ruimte voor yoga- of kaartclub – en ga zo maar door. In de kleine kernen wonen vaak veel oudere mensen die heel blij zijn met zo’n plek. Maar het mooiste is het natuurlijk als ook jongeren er gebruik van maken en er voor alle leeftijden wat te vinden is. Zo verloopt ontmoeting tussen mensen heel gemakkelijk.

Gaandeweg ontdekte ik, door contacten met dorpsraden en bewoners van kleine kernen, twee belangrijke dingen. In West-Brabant was het aantal IDOP’s ondervertegenwoordigd. Veel mensen gaven aan dat ze allerlei ideeën hadden voor kleinere initiatieven ter verbetering van hun leefomgeving, maar het geld daarvoor ontbrak. Na flink doorvragen in de commissie en na eigen onderzoek, bleek dat gemeenten in West-Brabant inderdaad veel later met de IDOP-regeling aan de slag waren gegaan. Of ze waren te laat waren geweest met hun aanvraag, of de pot was al leeg. De provincie had destijds nog € 5 miljoen extra uitgetrokken, speciaal voor dorpsplannen uit West-Brabant. Heel jammer dat sommige dorpen toch niet van de regeling gebruik konden maken.

Om daar wat aan te doen heb ik bij motie voorgesteld in 2012 om het budget dat over zou blijven (soms vielen de plannen goedkoper uit) hiervoor in te zetten. Helaas haalde dit voorstel het niet, omdat men vond dat de IDOP-regeling binnen de gestelde termijn afgerond moest zijn. Bovendien was inmiddels Leefbaarheid Brabant van start gegaan (L@B), waar nu het geld naar toe ging. Bij deze regeling heb ik grote twijfels, omdat de kans groot is dat de onderwerpen en het initiatief te ver van de burgers af komen te staan en worden overgenomen door instanties.

Bij de Vereniging Kleine Kernen was er ook het idee om mensen met kleine budgetten aan de slag te laten gaan. Ook bij het CDA was dit idee gerezen. In het Land van Heusden en Altena had ik gezien hoe men met leuke initiatieven mensen bij elkaar kon brengen en tegelijkertijd de omgeving kon verbeteren, zodat mensen nog trotser op hun dorp konden zijn. En inderdaad bleek er zo’n € 700.000 over te blijven van de IDOP-regeling. De tijd was rijp om bij de begroting van 2014 een motie in te dienen om een eenvoudige regeling te maken, waardoor mensen in kleine kernen met elkaar voor hun initiatieven een deelbijdrage bij de provincie kunnen vragen. Samen iets doen, samen aan de slag met de DOE-budgetten. De motie werd bijna door alle partijen gesteund.

Inmiddels is de regeling van start gegaan en wordt er reclame voor gemaakt in lokale kranten en via de provincie. Op twee punten is mijn idee aangepast bij de uitwerking. De regeling gaat twee jaar lopen (en geen vier) en ook georganiseerde bewoners van wijken van steden kunnen een aanvraag indienen. Dat laatste was niet de opzet. Ik heb het echt bedoeld voor de leefbaarheid in kleine kernen. In steden zijn vaak veel meer regelingen waar bewoners gebruik van kunnen maken, en het budget is zo beperkt dat het geld zo op is. Maar nu de regeling zo breed wordt uitgezet ben ik wel gesterkt in het idee dat het een fantastisch plan was. Ik ben heel benieuwd naar al die mooie plannen van mensen en ga het de komende jaren goed volgen.

Groen en sociaal: daar gaan we voor!

2015 wordt een spannend jaar voor provinciale politici in heel Nederland. Op 18 maart is het immers zover: dan gaan we naar de stembus om een nieuw provinciebestuur te kiezen. Hoe gaat ‘mijn’ partij het doen? En: krijg ik het vertrouwen van de kiezers om hen vier jaar lang op provinciaal niveau te vertegenwoordigen? Vragen die bij elke provinciaal politicus door het hoofd spelen. natuurlijk gaat het op 18 maart ook om de balans van de macht. Blijft die gelijk of moet er een nieuw evenwicht komen? De leden van de Eerste Kamer worden gekozen door de leden van de Provinciale Staten. Het wordt dus heel erg spannend!

Ook in Noord-Brabant neemt de verkiezingskoorts langzaam toe. Je kunt goed merken dat de campagne is begonnen. Voor mij persoonlijk is het een bijzondere ervaring: voor de eerste keer treed ik op als lijsttrekker. Nadat ik in mei 2014 onverwacht het voorzittersstokje overnam van Paul Smeulders (die wethouder werd in Helmond), verkozen de leden van GroenLinks mij afgelopen oktober tot lijsttrekker bij de komende Statenverkiezingen. Iets waar ik uiteraard erg trots op ben! En dat ben ik ook op de kandidaten die op de plaatsten na mij staan. Samen vormen we een sterk team. Verspreid over heel Brabant, ieder met zijn eigen sterke punten. Het kan bijna niet anders of we gaan een goed resultaat neerzetten. GroenLinks zit landelijk gelukkig weer in de lift, in Brabant staan we duidelijk voor een groene en sociale toekomst.  Ons verkiezingsprogramma heet niet voor niets Ons Brabant is Groen. 

De afgelopen jaren wisten we vanuit de oppositie al diverse successen te boeken. Zo lukte het mij om de Doe-budgetten ingevoerd te krijgen. Doe-budgetten zijn bestemd voor kleine projecten die de leefbaarheid in een dorp, wijk of kern versterken. Ook vroegen we met een aparte vergadering aandacht voor nadelen van schaliegas, met als resultaat dat Provinciale Staten een motie aannam tegen schaliegasboringen. Ook lieten wij voortdurend kritische geluiden horen over de verdergaande ontwikkelingen in de veehouderij. Gedeputeerde Staten en overgrote meerderheid van PS bleef voorstander van het ontwikkelen van de zogenaamde  duurzaamheidsmaatregelen, waarmee de intensieve veehouderij zich toch weer verder zou kunnen ontwikkelen. Voor GroenLinks werd steeds duidelijker dat dit een farce bleek. En nu, vier jaar verder, hebben we nog steeds geen oplossing gevonden voor de enorme problemen in met name de Peel; de risico’s voor de gezondheid van mens en dier blijven in toenemende mate aanwezig. De overdracht van de Jeugdzorg volgen we met een zeer kritisch oog en dat blijven we doen.

Zo zijn er nog veel meer onderwerpen te noemen waar we aandacht voor vroegen. Die succesvolle koers zetten we de komende vier jaar graag voort. Daarbij blijven we ons richten op een groen, duurzaam en sociaal Brabant, waar mensen volop kansen krijgen op een gezond en actief leven. Waar we met elkaar werken aan een betere leefomgeving, zonder concessies op het gebied van landbouw en natuur. Waar we streven naar minder vee, minder stikstof in bodem en lucht, en meer biodiversiteit. Waar innovaties op cultureel en sociaal gebied mensen stimuleren om mee te doen. Waar we niet kiezen voor boringen naar schaliegas, maar waar we 100 procent inzetten op hernieuwbare energie. En waar we ruimte creëren voor hoogwaardig openbaar vervoer en voor fietsers, wandelaars en buitensporters.

Groen en sociaal: dát is GroenLinks voor mij. Van leefbaarheid tot de jeugdzorg, van schaliegas tot de Ecologische Hoofstructuur: de komende tijd vertel ik u via deze website graag meer over onderwerpen die mij – en u hopelijk ook – na aan het hart liggen.